| Werkzame personen | Bouwmarkten | Winkels in overig bouwmateriaal | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 200 | 315 | 32,8% |
| 2 personen | 65 | 135 | 10,7% |
| 3–4 personen | 95 | 85 | 15,6% |
| 5–9 personen | 110 | 65 | 18% |
| 10–19 personen | 85 | 30 | 13,9% |
| 20–49 personen | 35 | 10 | 5,7% |
| 50–99 personen | 5 | 0 | 0,8% |
| 100+ personen | 15 | 0 | 2,5% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in bouwmarkten?
Van de 610 bedrijven vielen er 65 in de groep met twee personen en 95 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 26,2% van de bedrijventelling. Voor winkels in overig bouwmateriaal komt dezelfde optelling op 220 van de 645 uit, of 34,1%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen bouwmarkten waren bedrijven met één werkzame persoon en met vijf tot en met negen werkzame personen. Hun aantallen waren 200 en 110. Bij winkels in overig bouwmateriaal stond één werkzame persoon bovenaan met 315 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij bouwmarkten?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in stoffen en textiel (20%), het hoogste voor winkels in overig bouwmateriaal (34,1%). Bij 1 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 26,2% en bij 4 hoger. Met 30,5% komt winkels elektr. huishoudapparatuur het meest in de buurt van bouwmarkten. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij winkels in vloeren met 630 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels elektr. huishoudapparatuur met 30,5% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2020 en januari 2022?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47528 tussen januari 2020 en januari 2022. De uitkomst ging van 30,4% naar 27,3%. Over 2 jaar is het verschil -3,2 procentpunt, of gemiddeld -1,6 procentpunt per jaar. Bij winkels in overig bouwmateriaal ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 37,8% naar 38,2%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -5 en in de complete CBS-categorie om +15 bedrijven.
Wanneer bouwmarkten zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels elektr. huishoudapparatuur een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels in overig bouwmateriaal verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.



