| Werkzame personen | Dienstverlening voor het onderwijs | Dansscholen | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 3.055 | 3.455 | 91,7% |
| 2 personen | 150 | 190 | 4,5% |
| 3–4 personen | 40 | 40 | 1,2% |
| 5–9 personen | 25 | 15 | 0,8% |
| 10–19 personen | 20 | 0 | 0,6% |
| 20–49 personen | 15 | 0 | 0,5% |
| 50–99 personen | 10 | 0 | 0,3% |
| 100+ personen | 5 | 0 | 0,2% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in dienstverlening voor het onderwijs?
Van de 3.330 bedrijven vielen er 150 in de groep met twee personen en 40 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 5,7% van de bedrijventelling. Voor dansscholen komt dezelfde optelling op 230 van de 3.705 uit, of 6,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een afgeronde les werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen dienstverlening voor het onderwijs waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 3.055 en 150. Bij dansscholen stond één werkzame persoon bovenaan met 3.455 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander voorbereiden, begeleiden en evalueren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een deelnemer die later instroomt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij dienstverlening voor het onderwijs?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 85 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van kunstzinnige vorming van amateurs (3,4%), het hoogste voor afstandsonderwijs (11,8%). Bij 1 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 5,7% en bij 4 hoger. Met 6,2% komt dansscholen het meest in de buurt van dienstverlening voor het onderwijs. Ook qua omvang ligt dansscholen het dichtst bij dienstverlening voor het onderwijs, met 3.705 tegenover 3.330 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2020 en januari 2022?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 8560 tussen januari 2020 en januari 2022. De uitkomst ging van 7,8% naar 6,5%. Over 2 jaar is het verschil -1,3 procentpunt, of gemiddeld -0,6 procentpunt per jaar. Bij dansscholen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 10,2% naar 8,2%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -40 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met -5. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 5,8% naar 5,7%.
Wanneer dienstverlening voor het onderwijs zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is dansscholen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een afgeronde les. Een begroting die is ontleend aan dansscholen verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een deelnemer die later instroomt en de uren die de eigenaar zelf maakt.



