| Werkzame personen | Groothandel in kleding en schoenen | Groothandel in woninginrichting | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 1.830 | 1.430 | 61,9% |
| 2 personen | 430 | 360 | 14,6% |
| 3–4 personen | 240 | 170 | 8,1% |
| 5–9 personen | 185 | 180 | 6,3% |
| 10–19 personen | 125 | 105 | 4,2% |
| 20–49 personen | 85 | 75 | 2,9% |
| 50–99 personen | 35 | 15 | 1,2% |
| 100+ personen | 25 | 10 | 0,8% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in groothandel in kleding en schoenen?
Van de 2.955 bedrijven vielen er 430 in de groep met twee personen en 240 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 22,7% van de bedrijventelling. Voor groothandel in woninginrichting komt dezelfde optelling op 530 van de 2.345 uit, of 22,6%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen groothandel in kleding en schoenen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 1.830 en 430. Bij groothandel in woninginrichting stond één werkzame persoon bovenaan met 1.430 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij groothandel in kleding en schoenen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 46 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van groothandel in medische artikelen (19,5%), het hoogste voor groothandel in kleding en schoenen (22,7%). Groothandel in kleding en schoenen ligt met 22,7% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 22,6% bij groothandel in woninginrichting. Ook qua omvang ligt groothandel in woninginrichting het dichtst bij groothandel in kleding en schoenen, met 2.345 tegenover 2.955 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4642 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 23,4% naar 22,6%. Over één jaar is het verschil -0,8 procentpunt, of gemiddeld -0,8 procentpunt per jaar. Bij groothandel in woninginrichting ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 23,4% naar 23%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -120 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met -20. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 22,4% naar 22,7%.
Wanneer groothandel in kleding en schoenen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is groothandel in woninginrichting een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan groothandel in woninginrichting verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.


