franchiseadviesNEDERLAND
Brancheonderzoek · Nederland · Een referentiebedrijf kiezen · Leren en instructie

Overig onderwijs (rest) · welke referentie past bij mijn bedrijfsplan?

Bij een financieel plan voor overig onderwijs (rest) kan één voorbeeldonderneming de hele begroting kleuren. In Nederland telde de CBS-groep op 1 oktober 2026 voorlopig 75.505 bedrijven. Bij 70.540 werkte één persoon en bij 415 werkten vijf tot en met negen personen. Wie het kostenniveau van de ene groep gebruikt voor een plan in de andere, neemt stilzwijgend een besluit over werkverdeling. Kies je referentie daarom op de inrichting van een les of training en gebruik de omvang van de branche als eerste controlevraag.

Een referentiebedrijf kiezen · Leren en instructie3 minuten lezenPraktische verdieping
Een referentiebedrijf kiezen · SBI 8559 en 8551
Werkzame personenOverig onderwijs (rest)SportonderwijsAandeel eerste branche
1 persoon70.54034.63093,4%
2 personen3.4001.5854,5%
3–4 personen7054750,9%
5–9 personen4151900,5%
10–19 personen210350,3%
20–49 personen145150,2%
50–99 personen4550,1%
100+ personen4500,1%

Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.

Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in overig onderwijs (rest)?

Van de 75.505 bedrijven vielen er 3.400 in de groep met twee personen en 705 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 5,4% van de bedrijventelling. Voor sportonderwijs komt dezelfde optelling op 2.060 van de 36.935 uit, of 5,6%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een afgeronde les werken.

Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak

De twee grootste categorieën binnen overig onderwijs (rest) waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 70.540 en 3.400. Bij sportonderwijs stond één werkzame persoon bovenaan met 34.630 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander voorbereiden, begeleiden en evalueren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een deelnemer die later instroomt bereikbaar blijft.

Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij overig onderwijs (rest)?

De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 5 activiteiten uit hoofdtak 85 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van cultureel onderwijs (4%), het hoogste voor auto- en motorrijscholen (9,8%). Bij 1 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 5,4% en bij 3 hoger. Met 5,6% komt sportonderwijs het meest in de buurt van overig onderwijs (rest). Ook qua omvang ligt sportonderwijs het dichtst bij overig onderwijs (rest), met 36.935 tegenover 75.505 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.

Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?

Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 8559 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 6% naar 5,6%. Over één jaar is het verschil -0,4 procentpunt, of gemiddeld -0,4 procentpunt per jaar. Bij sportonderwijs ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 5,5% naar 5,4%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -205 en in de complete CBS-categorie om +1.830 bedrijven.

Wanneer overig onderwijs (rest) zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is sportonderwijs een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een afgeronde les. Een begroting die is ontleend aan sportonderwijs verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een deelnemer die later instroomt en de uren die de eigenaar zelf maakt.

Van lezen naar bespreken

Dit wil je helder krijgen.

Gebruik ze om je eigen situatie concreet te maken. Een duidelijk antwoord helpt je bepalen wat je nog moet onderzoeken.

  1. Welke onderdelen van een les of training neem je persoonlijk voor je rekening?
  2. Welk cijfer voor SBI 8559 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
  3. Welke waarneming bij sportonderwijs is relevant voor jouw eigen plan?

Bronnen om zelf verder te lezen

De uitleg is zelfstandig geschreven. Broninformatie kan worden bijgewerkt; controleer specifieke voorwaarden bij de oorspronkelijke bron en bespreek vragen over jouw situatie met een passende deskundige.

Brancheonderzoek · Nederland · Vrijblijvend

Overig onderwijs (rest) · welke referentie past bij mijn bedrijfsplan?

Leg je vraag over overig onderwijs (rest) voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.

Vrijblijvend. Je bepaalt zelf je volgende stap.