| Werkzame personen | Scheppende kunst | Diensten voor uitvoerende kunst | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 45.775 | 18.225 | 97,5% |
| 2 personen | 980 | 1.055 | 2,1% |
| 3–4 personen | 130 | 440 | 0,3% |
| 5–9 personen | 50 | 205 | 0,1% |
| 10–19 personen | 15 | 90 | 0% |
| 20–49 personen | 5 | 50 | 0% |
| 50–99 personen | 0 | 5 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 5 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in scheppende kunst?
Van de 46.950 bedrijven vielen er 980 in de groep met twee personen en 130 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 2,4% van de bedrijventelling. Voor diensten voor uitvoerende kunst komt dezelfde optelling op 1.495 van de 20.080 uit, of 7,4%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een afgerond bezoek werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen scheppende kunst waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 45.775 en 980. Bij diensten voor uitvoerende kunst stond één werkzame persoon bovenaan met 18.225 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander plannen, begeleiden en afsluiten langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een gewijzigd programma bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij scheppende kunst?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 4 activiteiten uit hoofdtak 90 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van scheppende kunst (2,4%), het hoogste voor theaters en evenementenhallen (11,3%). Van de 3 vergelijkingsbranches komt geen onder 2,4%. Zelfs podiumkunst ligt met 4,1% op of boven het meetpunt voor scheppende kunst. Ook qua omvang ligt podiumkunst het dichtst bij scheppende kunst, met 45.265 tegenover 46.950 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 9003 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 2,8% naar 2,4%. Over één jaar is het verschil -0,4 procentpunt, of gemiddeld -0,4 procentpunt per jaar. Bij diensten voor uitvoerende kunst ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 7,5% naar 7,4%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -200 en in de complete CBS-categorie om +410 bedrijven.
Wanneer scheppende kunst zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is podiumkunst een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een afgerond bezoek. Een begroting die is ontleend aan diensten voor uitvoerende kunst verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een gewijzigd programma en de uren die de eigenaar zelf maakt.


