| Werkzame personen | Slijterijen | Winkels in overige voeding (rest) | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 770 | 415 | 54% |
| 2 personen | 365 | 205 | 25,6% |
| 3–4 personen | 200 | 220 | 14% |
| 5–9 personen | 80 | 290 | 5,6% |
| 10–19 personen | 10 | 155 | 0,7% |
| 20–49 personen | 0 | 30 | 0% |
| 50–99 personen | 0 | 5 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 5 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in slijterijen?
Van de 1.425 bedrijven vielen er 365 in de groep met twee personen en 200 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 39,6% van de bedrijventelling. Voor winkels in overige voeding (rest) komt dezelfde optelling op 425 van de 1.320 uit, of 32,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen slijterijen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 770 en 365. Bij winkels in overige voeding (rest) stond één werkzame persoon bovenaan met 415 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij slijterijen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in overige voeding (rest) (32,2%), het hoogste voor winkels in tabaksproducten (52,4%). Bij 3 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 39,6% en bij 2 hoger. Met 39,1% komt winkels in brood, banket, zoetwaren het meest in de buurt van slijterijen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij winkels in overige voeding (rest) met 1.320 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in brood, banket, zoetwaren met 39,1% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4725 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 44,5% naar 42,7%. Over één jaar is het verschil -1,8 procentpunt, of gemiddeld -1,8 procentpunt per jaar. Bij winkels in overige voeding (rest) ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 33,1% naar 34,8%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +200 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +55. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 41,6% naar 39,6%.
Wanneer slijterijen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in brood, banket, zoetwaren een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels in overige voeding (rest) verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.




