| Werkzame personen | Sloopbedrijven | Overige afwerking van gebouwen | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 2.250 | 2.270 | 86,4% |
| 2 personen | 160 | 300 | 6,1% |
| 3–4 personen | 60 | 140 | 2,3% |
| 5–9 personen | 45 | 100 | 1,7% |
| 10–19 personen | 55 | 35 | 2,1% |
| 20–49 personen | 30 | 20 | 1,2% |
| 50–99 personen | 5 | 5 | 0,2% |
| 100+ personen | 5 | 0 | 0,2% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in sloopbedrijven?
Van de 2.605 bedrijven vielen er 160 in de groep met twee personen en 60 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 8,4% van de bedrijventelling. Voor overige afwerking van gebouwen komt dezelfde optelling op 440 van de 2.870 uit, of 15,3%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een opgeleverde opdracht werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen sloopbedrijven waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 2.250 en 160. Bij overige afwerking van gebouwen stond één werkzame persoon bovenaan met 2.270 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander opnemen, uitvoeren en opleveren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een tweede bezoek aan dezelfde klant bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sloopbedrijven?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van betonvlechtersbedrijven (7,5%), het hoogste voor overige afwerking van gebouwen (15,3%). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 8,4% en bij 3 hoger. Met 7,5% komt metsel- en voegbedrijven het meest in de buurt van sloopbedrijven. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij overige afwerking van gebouwen met 2.870 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is metsel- en voegbedrijven met 7,5% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4311 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 9,1% naar 7,5%. Over 2 jaar is het verschil -1,6 procentpunt, of gemiddeld -0,8 procentpunt per jaar. Bij overige afwerking van gebouwen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 17% naar 15,3%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +65 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +10. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 8,3% naar 8,4%.
Wanneer sloopbedrijven zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is metsel- en voegbedrijven een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een opgeleverde opdracht. Een begroting die is ontleend aan overige afwerking van gebouwen verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een tweede bezoek aan dezelfde klant en de uren die de eigenaar zelf maakt.



