| Werkzame personen | Sporthallen en -zalen | Tennis | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 230 | 385 | 52,3% |
| 2 personen | 60 | 30 | 13,6% |
| 3–4 personen | 45 | 10 | 10,2% |
| 5–9 personen | 40 | 10 | 9,1% |
| 10–19 personen | 35 | 0 | 8% |
| 20–49 personen | 15 | 0 | 3,4% |
| 50–99 personen | 5 | 0 | 1,1% |
| 100+ personen | 0 | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in sporthallen en -zalen?
Van de 440 bedrijven vielen er 60 in de groep met twee personen en 45 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 23,9% van de bedrijventelling. Voor tennis komt dezelfde optelling op 40 van de 440 uit, of 9,1%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een afgerond bezoek werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen sporthallen en -zalen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 230 en 60. Bij tennis stond één werkzame persoon bovenaan met 385 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander plannen, begeleiden en afsluiten langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een gewijzigd programma bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sporthallen en -zalen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 93 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van overige sport (rest) (6,5%), het hoogste voor sporthallen en -zalen (23,9%). Sporthallen en -zalen ligt met 23,9% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 14,3% bij overige buitensport. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij tennis met 440 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is overige buitensport met 14,3% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 93112 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 28,9% naar 23,9%. Over 2 jaar is het verschil -5 procentpunt, of gemiddeld -2,5 procentpunt per jaar. Bij tennis ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 8,7% naar 11,1%. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 105. Tegelijk ging het totaal van 445 naar 440. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Wanneer sporthallen en -zalen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is overige buitensport een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een afgerond bezoek. Een begroting die is ontleend aan tennis verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een gewijzigd programma en de uren die de eigenaar zelf maakt.


