| Werkzame personen | Supermarkten en warenhuizen | Markthandel in overige non-food | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 1.070 | 2.785 | 32,2% |
| 2 personen | 555 | 460 | 16,7% |
| 3–4 personen | 390 | 125 | 11,7% |
| 5–9 personen | 335 | 20 | 10,1% |
| 10–19 personen | 205 | 5 | 6,2% |
| 20–49 personen | 510 | 0 | 15,3% |
| 50–99 personen | 175 | 0 | 5,3% |
| 100+ personen | 80 | 0 | 2,4% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in supermarkten en warenhuizen?
Van de 3.325 bedrijven vielen er 555 in de groep met twee personen en 390 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 28,4% van de bedrijventelling. Voor markthandel in overige non-food komt dezelfde optelling op 585 van de 3.400 uit, of 17,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen supermarkten en warenhuizen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 1.070 en 555. Bij markthandel in overige non-food stond één werkzame persoon bovenaan met 2.785 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij supermarkten en warenhuizen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels tweedehands (geen kleding) (14,9%), het hoogste voor winkels in overige voedingsmiddelen (36,7%). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 28,4% en bij 3 hoger. Met 33,1% komt markthandel in overige voeding het meest in de buurt van supermarkten en warenhuizen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij markthandel in overige non-food met 3.400 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is markthandel in overige voeding met 33,1% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 471 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 26,5% naar 28,4%. Over één jaar is het verschil +1,9 procentpunt, of gemiddeld +1,9 procentpunt per jaar. Bij markthandel in overige non-food ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 17,3% naar 17,4%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -345 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met -95. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 28,3% naar 28,4%.
Wanneer supermarkten en warenhuizen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is markthandel in overige voeding een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan markthandel in overige non-food verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.




