| Werkzame personen | Tuincentra | Winkels in orthopedische artikelen | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 105 | 235 | 24,1% |
| 2 personen | 65 | 55 | 14,9% |
| 3–4 personen | 60 | 45 | 13,8% |
| 5–9 personen | 75 | 30 | 17,2% |
| 10–19 personen | 45 | 10 | 10,3% |
| 20–49 personen | 50 | 5 | 11,5% |
| 50–99 personen | 25 | 0 | 5,7% |
| 100+ personen | 15 | 5 | 3,4% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in tuincentra?
Van de 435 bedrijven vielen er 65 in de groep met twee personen en 60 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 28,7% van de bedrijventelling. Voor winkels in orthopedische artikelen komt dezelfde optelling op 100 van de 395 uit, of 25,3%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen tuincentra waren bedrijven met één werkzame persoon en met vijf tot en met negen werkzame personen. Hun aantallen waren 105 en 75. Bij winkels in orthopedische artikelen stond één werkzame persoon bovenaan met 235 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij tuincentra?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in babyartikelen algemeen (20%), het hoogste voor winkels in onderkleding (45,2%). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 28,7% en bij 3 hoger. Met 25,3% komt winkels in orthopedische artikelen het meest in de buurt van tuincentra. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij winkels in onderkleding met 465 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in orthopedische artikelen met 25,3% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2020 en januari 2022?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47762 tussen januari 2020 en januari 2022. De uitkomst ging van 35% naar 31,4%. Over 2 jaar is het verschil -3,6 procentpunt, of gemiddeld -1,8 procentpunt per jaar. Bij winkels in orthopedische artikelen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 33,9% naar 32,8%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -30 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met -15. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 30,1% naar 28,7%.
Wanneer tuincentra zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in orthopedische artikelen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels in orthopedische artikelen verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.



