| Werkzame personen | Verhuur overige consumentenwaren | Verhuur van recreatieartikelen | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 1.620 | 1.245 | 69,1% |
| 2 personen | 425 | 330 | 18,1% |
| 3–4 personen | 150 | 95 | 6,4% |
| 5–9 personen | 95 | 60 | 4,1% |
| 10–19 personen | 35 | 25 | 1,5% |
| 20–49 personen | 10 | 5 | 0,4% |
| 50–99 personen | 5 | 0 | 0,2% |
| 100+ personen | 5 | 0 | 0,2% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in verhuur overige consumentenwaren?
Van de 2.345 bedrijven vielen er 425 in de groep met twee personen en 150 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 24,5% van de bedrijventelling. Voor verhuur van recreatieartikelen komt dezelfde optelling op 425 van de 1.765 uit, of 24,1%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een afgeronde verhuur werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen verhuur overige consumentenwaren waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 1.620 en 425. Bij verhuur van recreatieartikelen stond één werkzame persoon bovenaan met 1.245 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander reserveren, uitgeven en bij inname controleren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor beschadiging bij teruggave bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij verhuur overige consumentenwaren?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 77 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van exploitatie van patenten (12,8%), het hoogste voor verhuur overige consumentenwaren (24,5%). Verhuur overige consumentenwaren ligt met 24,5% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 24,1% bij verhuur van recreatieartikelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij verhuur van overige goederen met 2.535 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is verhuur van recreatieartikelen met 24,1% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2020 en januari 2022?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 77299 tussen januari 2020 en januari 2022. De uitkomst ging van 24,4% naar 25,7%. Over 2 jaar is het verschil +1,3 procentpunt, of gemiddeld +0,7 procentpunt per jaar. Bij verhuur van recreatieartikelen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 27,1% naar 28,4%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +185 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +30. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 25,2% naar 24,5%.
Wanneer verhuur overige consumentenwaren zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is verhuur van recreatieartikelen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een afgeronde verhuur. Een begroting die is ontleend aan verhuur van recreatieartikelen verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens beschadiging bij teruggave en de uren die de eigenaar zelf maakt.



