| Werkzame personen | Winkels in dameskleding | Winkels overige artikelen (rest) | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 1.450 | 1.470 | 54,3% |
| 2 personen | 615 | 450 | 23% |
| 3–4 personen | 375 | 225 | 14% |
| 5–9 personen | 155 | 115 | 5,8% |
| 10–19 personen | 40 | 30 | 1,5% |
| 20–49 personen | 15 | 15 | 0,6% |
| 50–99 personen | 10 | 5 | 0,4% |
| 100+ personen | 10 | 0 | 0,4% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in dameskleding?
Van de 2.670 bedrijven vielen er 615 in de groep met twee personen en 375 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 37,1% van de bedrijventelling. Voor winkels overige artikelen (rest) komt dezelfde optelling op 675 van de 2.310 uit, of 29,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in dameskleding waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 1.450 en 615. Bij winkels overige artikelen (rest) stond één werkzame persoon bovenaan met 1.470 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in dameskleding?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels tweedehands (geen kleding) (14,9%), het hoogste voor winkels in bovenkleding algemeen (38,8%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 37,1% en bij 1 hoger. Met 35,5% komt winkels in bloemen en planten het meest in de buurt van winkels in dameskleding. Ook qua omvang ligt winkels in bloemen en planten het dichtst bij winkels in dameskleding, met 2.970 tegenover 2.670 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47712 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 41,9% naar 40,4%. Over één jaar is het verschil -1,5 procentpunt, of gemiddeld -1,5 procentpunt per jaar. Bij winkels overige artikelen (rest) ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 29,7% naar 29,2%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -30 en in de complete CBS-categorie om +230 bedrijven.
Wanneer winkels in dameskleding zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in bloemen en planten een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels overige artikelen (rest) verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.


