| Werkzame personen | Winkels in orthopedische artikelen | Winkels in onderkleding | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 235 | 195 | 59,5% |
| 2 personen | 55 | 120 | 13,9% |
| 3–4 personen | 45 | 90 | 11,4% |
| 5–9 personen | 30 | 45 | 7,6% |
| 10–19 personen | 10 | 10 | 2,5% |
| 20–49 personen | 5 | 0 | 1,3% |
| 50–99 personen | 0 | 0 | 0% |
| 100+ personen | 5 | 0 | 1,3% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in orthopedische artikelen?
Van de 395 bedrijven vielen er 55 in de groep met twee personen en 45 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 25,3% van de bedrijventelling. Voor winkels in onderkleding komt dezelfde optelling op 210 van de 465 uit, of 45,2%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in orthopedische artikelen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 235 en 55. Bij winkels in onderkleding stond één werkzame persoon bovenaan met 195 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in orthopedische artikelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in babyartikelen algemeen (20%), het hoogste voor winkels in onderkleding (45,2%). Bij 1 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 25,3% en bij 4 hoger. Met 28,7% komt tuincentra het meest in de buurt van winkels in orthopedische artikelen. Ook qua omvang ligt tuincentra het dichtst bij winkels in orthopedische artikelen, met 435 tegenover 395 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47742 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 28,2% naar 26%. Over één jaar is het verschil -2,1 procentpunt, of gemiddeld -2,1 procentpunt per jaar. Bij winkels in onderkleding ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 49,5% naar 48,3%. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 100. Tegelijk ging het totaal van 345 naar 395. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Wanneer winkels in orthopedische artikelen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is tuincentra een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels in onderkleding verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.


