| Werkzame personen | Winkels in overig bouwmateriaal | Winkels in vloeren | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 315 | 340 | 48,8% |
| 2 personen | 135 | 135 | 20,9% |
| 3–4 personen | 85 | 75 | 13,2% |
| 5–9 personen | 65 | 50 | 10,1% |
| 10–19 personen | 30 | 15 | 4,7% |
| 20–49 personen | 10 | 5 | 1,6% |
| 50–99 personen | 0 | 0 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in overig bouwmateriaal?
Van de 645 bedrijven vielen er 135 in de groep met twee personen en 85 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 34,1% van de bedrijventelling. Voor winkels in vloeren komt dezelfde optelling op 210 van de 630 uit, of 33,3%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in overig bouwmateriaal waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 315 en 135. Bij winkels in vloeren stond één werkzame persoon bovenaan met 340 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in overig bouwmateriaal?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in stoffen en textiel (20%), het hoogste voor winkels in tapijt en gordijnen (42,2%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 34,1% en bij 1 hoger. Met 33,3% komt winkels in vloeren het meest in de buurt van winkels in overig bouwmateriaal. Ook qua omvang ligt winkels in vloeren het dichtst bij winkels in overig bouwmateriaal, met 630 tegenover 645 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47527 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 38,5% naar 35,3%. Over één jaar is het verschil -3,2 procentpunt, of gemiddeld -3,2 procentpunt per jaar. Bij winkels in vloeren ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 32,5% naar 32,5%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +110 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +15. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 38,3% naar 34,1%.
Wanneer winkels in overig bouwmateriaal zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in vloeren een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan winkels in vloeren verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.




