| Werkzame personen | Winkels in overige voedingsmiddelen | Slagerijen en poeliers | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 1.265 | 470 | 39% |
| 2 personen | 635 | 315 | 19,6% |
| 3–4 personen | 555 | 365 | 17,1% |
| 5–9 personen | 520 | 560 | 16% |
| 10–19 personen | 210 | 235 | 6,5% |
| 20–49 personen | 45 | 50 | 1,4% |
| 50–99 personen | 5 | 5 | 0,2% |
| 100+ personen | 5 | 0 | 0,2% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in overige voedingsmiddelen?
Van de 3.245 bedrijven vielen er 635 in de groep met twee personen en 555 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 36,7% van de bedrijventelling. Voor slagerijen en poeliers komt dezelfde optelling op 680 van de 1.995 uit, of 34,1%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in overige voedingsmiddelen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 1.265 en 635. Bij slagerijen en poeliers stond vijf tot en met negen werkzame personen bovenaan met 560 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in overige voedingsmiddelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van supermarkten en warenhuizen (28,4%), het hoogste voor winkels in tabaksproducten (52,4%). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 36,7% en bij 3 hoger. Met 39,1% komt winkels in brood, banket, zoetwaren het meest in de buurt van winkels in overige voedingsmiddelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij supermarkten en warenhuizen met 3.325 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in brood, banket, zoetwaren met 39,1% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4729 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 39,5% naar 37,6%. Over één jaar is het verschil -1,9 procentpunt, of gemiddeld -1,9 procentpunt per jaar. Bij slagerijen en poeliers ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 37,6% naar 35,8%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +185 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +5. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 38,7% naar 36,7%.
Wanneer winkels in overige voedingsmiddelen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in brood, banket, zoetwaren een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan slagerijen en poeliers verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.



