| Werkzame personen | Winkels in voedingsmiddelen | Markthandel | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 3.890 | 6.245 | 36,5% |
| 2 personen | 2.270 | 1.595 | 21,3% |
| 3–4 personen | 1.995 | 655 | 18,7% |
| 5–9 personen | 1.750 | 270 | 16,4% |
| 10–19 personen | 615 | 65 | 5,8% |
| 20–49 personen | 125 | 15 | 1,2% |
| 50–99 personen | 15 | 0 | 0,1% |
| 100+ personen | 10 | 0 | 0,1% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in winkels in voedingsmiddelen?
Van de 10.665 bedrijven vielen er 2.270 in de groep met twee personen en 1.995 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 40% van de bedrijventelling. Voor markthandel komt dezelfde optelling op 2.250 van de 8.840 uit, of 25,5%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen winkels in voedingsmiddelen waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 3.890 en 2.270. Bij markthandel stond één werkzame persoon bovenaan met 6.245 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in voedingsmiddelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van webwinkels in overige non-food (14,4%), het hoogste voor winkels in voedingsmiddelen (40%). Winkels in voedingsmiddelen ligt met 40% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 35,8% bij winkels in kleding. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij markthandel met 8.840 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in kleding met 35,8% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 472 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 42,7% naar 41,6%. Over één jaar is het verschil -1 procentpunt, of gemiddeld -1 procentpunt per jaar. Bij markthandel ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 26,1% naar 25,7%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -10 en in de complete CBS-categorie om +530 bedrijven.
Wanneer winkels in voedingsmiddelen zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is winkels in kleding een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan markthandel verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.




