Leg de twee mogelijkheden naast elkaar
Zet ‘Een ochtendtelling organiseren’ en ‘Met een tijdelijke proefverkoop werken’ als kolommen naast elkaar. Gebruik ‘Locatiekaart, openingstijden en tellingen’ om in beide kolommen hetzelfde aspect te beoordelen. Wanneer de ene optie een uitgebreidere opdracht omvat, markeer je eerst dat verschil. Een kortere doorlooptijd, lager bedrag of groter bereik kan anders vooral een verschil in afbakening weerspiegelen.
De afweging achter ‘Een ochtendtelling organiseren’ wordt pas duidelijk wanneer je het gevolg bespreekt. Meer relevante observaties komen beschikbaar, de locatiebeslissing kost extra tijd. Vraag daarna wat er verandert onder ‘Met een tijdelijke proefverkoop werken’. Klantgedrag wordt concreter, maar toestemming en organisatie zijn nodig. Gebruik dit verschil voor ‘Observatieplanning’, ook als de keuze nog openblijft.
De twee condities in het werkblad
Gebruik de twee waarden als controle op je vergelijking. Zaterdagmiddag komt uit op 86 personen per 30 minuten. Bij dinsdagochtend staat 37 personen per 30 minuten. Het verschil bedraagt 49 personen per 30 minuten in neerwaartse richting. Bespreek of dit verschil voor locatieadviseur zwaar genoeg weegt om de andere mogelijkheid los te laten. De uitkomst van de som en de keuze zelf zijn twee verschillende stappen.
Maak de keuze achter «Kies het relevante dagdeel» zichtbaar in twee kolommen. De optie «Een ochtendtelling organiseren» en de optie «Met een tijdelijke proefverkoop werken» vragen mogelijk ander bewijs. Houd 86 personen per 30 minuten en 37 personen per 30 minuten bij hun eigen conditie en leg uit welke van de twee bruikbaar is voor deze vergelijking. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Locatiekaart, openingstijden en tellingen. Schrijf de doorslaggevende voorwaarde bij jouw voorkeur. Daarmee kan een collega ook een andere conclusie trekken wanneer die voorwaarde verandert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Werk de vergelijking af met één zin voor het team. Noem de voorkeur, de reden en de voorwaarde die nog moet worden bevestigd. Als ‘Noteer weersomstandigheden’ voor die bevestiging nodig is, houd je die taak apart. Zo blijft een voorlopig voordeel herkenbaar als voorlopig.
Scheid de vraag van de ondernemer, de afgesproken adviesopdracht en de beslissing waarvoor een specialist nodig is. Bij de vraag ‘Kies het relevante dagdeel’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over passanten in een straat met twee gezichten. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.
Controleer je notitie aan de hand van een praktisch tegenvoorbeeld. Stel dat ‘Locatiekaart, openingstijden en tellingen’ later wordt bijgewerkt. Welke uitspraak over kies het relevante dagdeel zou je dan opnieuw moeten toetsen? Schrijf op wat de wijziging betekent voor locatieadviseur en wie daarover bericht moet krijgen. Dat maakt de uitwerking bruikbaar bij een volgende versie van het dossier.



