| Werkzame personen | Groothandel in woninginrichting | Groothandel consumentenapparatuur | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 1.430 | 955 | 61% |
| 2 personen | 360 | 215 | 15,4% |
| 3–4 personen | 170 | 115 | 7,2% |
| 5–9 personen | 180 | 120 | 7,7% |
| 10–19 personen | 105 | 70 | 4,5% |
| 20–49 personen | 75 | 45 | 3,2% |
| 50–99 personen | 15 | 20 | 0,6% |
| 100+ personen | 10 | 25 | 0,4% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in groothandel in woninginrichting?
Van de 2.345 bedrijven vielen er 360 in de groep met twee personen en 170 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 22,6% van de bedrijventelling. Voor groothandel consumentenapparatuur komt dezelfde optelling op 330 van de 1.565 uit, of 21,1%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een betaalde bestelling werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen groothandel in woninginrichting waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 1.430 en 360. Bij groothandel consumentenapparatuur stond één werkzame persoon bovenaan met 955 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander inkopen, adviseren en overdragen langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een artikel dat retour komt bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij groothandel in woninginrichting?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 46 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van groothandel in medische artikelen (19,5%), het hoogste voor groothandel in kleding en schoenen (22,7%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 22,6% en bij 1 hoger. Met 22,7% komt groothandel in kleding en schoenen het meest in de buurt van groothandel in woninginrichting. Ook qua omvang ligt groothandel in kleding en schoenen het dichtst bij groothandel in woninginrichting, met 2.955 tegenover 2.345 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2020 en januari 2022?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4647 tussen januari 2020 en januari 2022. De uitkomst ging van 25,1% naar 23,8%. Over 2 jaar is het verschil -1,3 procentpunt, of gemiddeld -0,7 procentpunt per jaar. Bij groothandel consumentenapparatuur ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 22,8% naar 21,6%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -40 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met -25. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 23,3% naar 22,6%.
Wanneer groothandel in woninginrichting zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is groothandel in kleding en schoenen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een betaalde bestelling. Een begroting die is ontleend aan groothandel consumentenapparatuur verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een artikel dat retour komt en de uren die de eigenaar zelf maakt.




