| Werkzame personen | Overige sportaccommodaties | Beroepssportlieden | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 330 | 785 | 45,8% |
| 2 personen | 75 | 15 | 10,4% |
| 3–4 personen | 85 | 5 | 11,8% |
| 5–9 personen | 110 | 0 | 15,3% |
| 10–19 personen | 55 | 0 | 7,6% |
| 20–49 personen | 40 | 0 | 5,6% |
| 50–99 personen | 15 | 0 | 2,1% |
| 100+ personen | 5 | 0 | 0,7% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in overige sportaccommodaties?
Van de 720 bedrijven vielen er 75 in de groep met twee personen en 85 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 22,2% van de bedrijventelling. Voor beroepssportlieden komt dezelfde optelling op 20 van de 810 uit, of 2,5%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een afgerond bezoek werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen overige sportaccommodaties waren bedrijven met één werkzame persoon en met vijf tot en met negen werkzame personen. Hun aantallen waren 330 en 110. Bij beroepssportlieden stond één werkzame persoon bovenaan met 785 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander plannen, begeleiden en afsluiten langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een gewijzigd programma bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij overige sportaccommodaties?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 93 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van beroepssportlieden (2,5%), het hoogste voor sporthallen en -zalen (23,9%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 22,2% en bij 1 hoger. Met 23,9% komt sporthallen en -zalen het meest in de buurt van overige sportaccommodaties. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij beroepssportlieden met 810 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is sporthallen en -zalen met 23,9% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 93119 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 27,1% naar 23,7%. Over 2 jaar is het verschil -3,4 procentpunt, of gemiddeld -1,7 procentpunt per jaar. Bij beroepssportlieden ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 3,2% naar 1,6%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -25 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met -10. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 22,8% naar 22,2%.
Wanneer overige sportaccommodaties zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is sporthallen en -zalen een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een afgerond bezoek. Een begroting die is ontleend aan beroepssportlieden verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een gewijzigd programma en de uren die de eigenaar zelf maakt.




