| Werkzame personen | Sloopbedrijven en grondwerk | Loodgieters- en fittersbedrijven | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 8.925 | 8.710 | 84% |
| 2 personen | 765 | 980 | 7,2% |
| 3–4 personen | 320 | 430 | 3% |
| 5–9 personen | 240 | 380 | 2,3% |
| 10–19 personen | 175 | 255 | 1,6% |
| 20–49 personen | 130 | 140 | 1,2% |
| 50–99 personen | 40 | 40 | 0,4% |
| 100+ personen | 20 | 20 | 0,2% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in sloopbedrijven en grondwerk?
Van de 10.620 bedrijven vielen er 765 in de groep met twee personen en 320 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 10,2% van de bedrijventelling. Voor loodgieters- en fittersbedrijven komt dezelfde optelling op 1.410 van de 10.960 uit, of 12,9%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een opgeleverde opdracht werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen sloopbedrijven en grondwerk waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 8.925 en 765. Bij loodgieters- en fittersbedrijven stond één werkzame persoon bovenaan met 8.710 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander opnemen, uitvoeren en opleveren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een tweede bezoek aan dezelfde klant bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sloopbedrijven en grondwerk?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van overige gespecialiseerde bouw (8,8%), het hoogste voor verwarmingsinstallatiebedrijven (13,9%). Bij 1 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 10,2% en bij 4 hoger. Met 10,8% komt stukadoorsbedrijven het meest in de buurt van sloopbedrijven en grondwerk. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij loodgieters- en fittersbedrijven met 10.960 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is stukadoorsbedrijven met 10,8% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 431 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 9,3% naar 9,8%. Over één jaar is het verschil +0,5 procentpunt, of gemiddeld +0,5 procentpunt per jaar. Bij loodgieters- en fittersbedrijven ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 13,4% naar 13,1%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om +25 en in de complete CBS-categorie om -100 bedrijven.
Wanneer sloopbedrijven en grondwerk zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is stukadoorsbedrijven een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een opgeleverde opdracht. Een begroting die is ontleend aan loodgieters- en fittersbedrijven verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een tweede bezoek aan dezelfde klant en de uren die de eigenaar zelf maakt.


