| Werkzame personen | Verwarmingsinstallatiebedrijven | Overige bouwinstallatiebedrijven | Aandeel eerste branche |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 6.045 | 2.750 | 77,4% |
| 2 personen | 705 | 225 | 9% |
| 3–4 personen | 380 | 90 | 4,9% |
| 5–9 personen | 295 | 110 | 3,8% |
| 10–19 personen | 180 | 70 | 2,3% |
| 20–49 personen | 130 | 45 | 1,7% |
| 50–99 personen | 30 | 10 | 0,4% |
| 100+ personen | 40 | 20 | 0,5% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Hoe herkenbaar is een kleine ploeg in verwarmingsinstallatiebedrijven?
Van de 7.810 bedrijven vielen er 705 in de groep met twee personen en 380 in die met drie of vier. Samen geeft dat ongeveer 13,9% van de bedrijventelling. Voor overige bouwinstallatiebedrijven komt dezelfde optelling op 315 van de 3.320 uit, of 9,5%. Het verschil vertelt je in welke groep een kleine ploeg vaker voorkomt. Je hebt nog een afzonderlijk rooster nodig om te weten hoeveel mensen op hetzelfde moment aan een opgeleverde opdracht werken.
Neem dezelfde bedrijfsgrootte mee naar de tweede afspraak
De twee grootste categorieën binnen verwarmingsinstallatiebedrijven waren bedrijven met één werkzame persoon en met twee werkzame personen. Hun aantallen waren 6.045 en 705. Bij overige bouwinstallatiebedrijven stond één werkzame persoon bovenaan met 2.750 bedrijven. Wil je weten of een aanpak overdraagbaar is, vraag dan om een gesprek met iemand die een vergelijkbaar aantal werkplekken draagt. Laat de ander opnemen, uitvoeren en opleveren langs één opdracht uitleggen en bepaal wie voor een tweede bezoek aan dezelfde klant bereikbaar blijft.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij verwarmingsinstallatiebedrijven?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel van bedrijven met twee tot en met vier werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van overige bouwinstallatiebedrijven (9,5%), het hoogste voor verwarmingsinstallatiebedrijven (13,9%). Verwarmingsinstallatiebedrijven ligt met 13,9% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 12,9% bij loodgieters- en fittersbedrijven. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij stukadoorsbedrijven met 7.945 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is loodgieters- en fittersbedrijven met 12,9% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 43222 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 16,2% naar 14,1%. Over 2 jaar is het verschil -2,1 procentpunt, of gemiddeld -1,1 procentpunt per jaar. Bij overige bouwinstallatiebedrijven ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 10,5% naar 9,2%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +435 bedrijven. De telling van bedrijven met twee tot en met vier personen verschoof tegelijkertijd met +20. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 14,4% naar 13,9%.
Wanneer verwarmingsinstallatiebedrijven zelf weinig referenties van passende omvang oplevert, is loodgieters- en fittersbedrijven een tweede richting om te onderzoeken. Beschrijf tegenover de adviseur het concrete werk aan een opgeleverde opdracht. Een begroting die is ontleend aan overige bouwinstallatiebedrijven verdient vooral uitleg over de omvang van de ploeg, de beschikbaarheid tijdens een tweede bezoek aan dezelfde klant en de uren die de eigenaar zelf maakt.




